De kunst van een goed gesprek

aarts_noelle_v

‘In de nieuwe participatiesamenleving gaat communicatie niet meer over woordvoering en tekstschrijven. Het gaat om het analyseren van krachtenvelden, organiseren en modereren van ontmoetingen, verbinden en begeleiden van processen.’

Aldus annemarie jorritsma in haar Galjaardlezing 2014. Daar heeft de voormalige bewindsvrouw gelijk in. Het besef groeit dat organisaties inherent afhankelijk zijn van hun omgeving. om ambities te realiseren en dingen voor elkaar te krijgen moeten relaties worden aangegaan met anderen, in. en extern. Het gesprek vormt één van de belangrijkste middelen waarlangs afstemming en verbinding gestalte krijgen. mensen praten wat af op een dag, formeel en informeel, om doelen te realiseren en problemen te duiden en op te lossen.

Hoe gesprekken verlopen

Dat wil niet zeggen dat gesprekken altijd succesvol verlopen, in de zin van dat er sprake is van een toenadering tussen de gesprekspartners. Veel gesprek.ken, en zeker die tussen mensen met verschillende achtergronden en belangen, hebben juist, veelal onbedoeld, een verdere verwijdering tot gevolg. Dat is jammer, omdat hiermee een voor communicatieprofessionals zo belangrijk instrument onbenut blijft of zelfs negatieve resultaten oplevert.

Reden genoeg voor communicatieprofessionals om zich te verdiepen in de vraag waarom gesprekken verlopen zoals ze verlopen, welke psychologische en sociologische processen een rol spelen en hoe de kwaliteit van gesprekken met andersdenkenden kan worden verbeterd. onderzoek naar gesprekken in verschillende contexten laat een aantal terugkerende mechanismen zien die maken dat gesprekken met andersdenkenden vaak zo moeizaam verlopen.

Verhalen kloppen niet

Het is bekend dat mensen meteen ergens een verhaal van maken, ook al is dat op grond van slechts enkele gegevens. Wat we niet weten vullen we in. Later weten we niet meer wat we zagen of hoorden en wat we erbij hebben verzonnen. Doordat we meteen een verhaal maken letten we heel slecht op en zien we slechts een fractie van wat er aan de hand is.

De verhalen die we maken zijn dus per definitie incompleet. Ze reflecteren vooral wat we al kennen, wat we al weten en wat we vinden. Het probleem is dat mensen met andere achtergronden andere dingen kennen, weten en vinden en daarmee dus andere verhalen maken. Duidelijk is dat dit niet bevorderlijk is voor een goed gesprek tussen andersdenkenden. Immers, we hebben een fundamenteel andere voorstelling van zaken.

Daarbij komt dat onze ideeën, meningen en standpunten niet op zichzelf staan. Mensen zijn sociale wezens. Vanaf het moment dat we geboren worden zijn we afhankelijk van anderen. om die reden gaan we voortdurend relaties aan met anderen. En dat doen we het liefst met mensen die op ons lijken, met OSM, Ons Soort Mensen.

Omgaan met gelijkgestemden geeft een gevoel van veiligheid, van geborgen.heid, van herkenning – een half woord is genoeg. Socioloog Robert Putnam noemt dit bonding. Bonding vindt voortdurend plaats; onder vrienden, binnen afdelingen van een organisatie, binnen wetenschappelijke disciplines, op de sportclub. Zo ontstaan netwerken van mensen die steeds meer op elkaar gaan lijken, omdat mensen conformeren en elkaar imiteren. Binnen die netwerken worden subjectieve meningen al gauw aangezien voor onwrikbare waarheden waar iedereen het mee eens is.

Luisteren is moeilijk

Een ander mechanisme betreft ons luistergedrag. Luisteren is heel moeilijk, we zijn er niet goed in. Veel van onze gesprekken zijn eigenlijk geen gesprek, maar een optelsom van monologen. We zijn allesbehalve vanzelfsprekend geïnteresseerd in elkaar en al zeker niet als mensen er anders over denken. In plaats van ‘Goh, interessant, ik hoor een nieuw geluid, vertel!’ proberen we andersdenkenden te overtuigen van ons gelijk.

Daartoe maken we gebruik van allerlei overtuigingsstrategieën, waaronder verwijzen naar objectieve feiten (‘onderzoek laat zien’) of juist naar heel persoonlijke ervaringen (‘vorige week sprak ik mijn tante …’), gebruikmaken van disclaimers (‘ik ben geen feminist, maar …’ en dan losgaan), gebruikmaken van krachtige metaforen (‘plofkip’, ‘kopvoddentax’), stigmatiseren van groepen mensen (‘jagers zijn moordenaars’, ‘Marokkanen kennen geen gezelligheid’), enzovoort. Het sneue van deze strategieën is dat ze niet zozeer overtuigen als wel mensen monddood maken, waarmee de afstand tussen de opponenten juist wordt vergroot.

Naar een ware dialoog

Alles bij elkaar laten deze mechanismen zien dat we een sterke neiging hebben om uit te gaan van slechts één perspectief, één waarheid, en wel die van onszelf. Een waarheid die voortdurend wordt bevestigd in de gesprekken die we voeren met gelijkgestemden, een waarheid die we met man en macht verdedigen als we met andersdenkenden praten. om werkelijk de verbinding met anderen aan te gaan zullen we om te beginnen meerdere waarheden moeten erkennen. Niemand heeft dé waarheid in pacht en samen weten we meer dan alleen. De dialoog is hiertoe het instrument.

De dialoog is een bijzonder soort gesprek waarbij het niet de bedoeling is om te winnen, zoals bij een discussie of een debat, maar om samen tot iets nieuws te komen. In een dialoog reflecteren we op motivaties én effecten van ons spreek- en luistergedrag, op onze impliciete aannames en op de strategieën die we gebruiken om anderen te overtuigen. In een dialoog geldt het principe van de wederkerigheid: het doel is pas gehaald als dat voor alle betrokken partijen geldt.

Pak de handschoen op

Het organiseren van effectieve verbindingen, met name tussen anders.denkenden, zal de belangrijkste opdracht zijn voor de communicatie.professionals van morgen. Het ontwikkelen van dialoogvaardigheden, gebaseerd op een goed begrip van waarom gesprekken lopen zoals ze lopen, is voor hen van groot belang. Ik stel voor dat communicatieprofessionals de handschoen oppakken om zich de principes van de dialoog eigen te maken en zo bij te dragen aan een betere wereld van morgen.


Het is niet meer mogelijk te reageren